Visie

Verzekeraars
Nederland kent van oudsher een grote mate van diversiteit in de markt van verzekeringen en pensioenen. Die diversiteit is van groot belang voor de consument. Want de behoeften van consumenten zijn namelijk even divers.

Grotere verzekeraars bedienen in hoofdlijnen het grote publiek met standaard producten.
Daarnaast zijn er vele kleinere verzekeraars die hun bestaansrecht ontlenen aan een afwijken van de standaard. Dat kan bijvoorbeeld zijn met gespecialiseerde producten en specifieke vakkennis. Of met kortere lijnen, waardoor een grotere flexibiliteit en innovatief vermogen wordt bereikt. Of met lokale aanwezigheid, waardoor consumenten zaken kunnen doen met mensen die ze kennen.
Het onderscheidend vermogen van deze verzekeraars is vaak niet-financieel van aard.

Kleine verzekeraars zijn van groot belang voor de Nederlandse economie. Nederland heeft de economische crisis recent achter zich gelaten. Ik ben ervan overtuigd, dat een belangrijk deel van het herstel van de crisis van onderuit moet komen. Uit noodzaak komen er nieuwe economische initiatieven van de grond en die vormen het begin van herstel.
Deze nieuwe economische initiatieven hebben hun specifieke risico’s, die zij willen verzekeren. Dat vraagt van aanbieders flexibiliteit die kleinere spelers nu eenmaal gemakkelijker kunnen bieden.

Kleine verzekeraars worden echter in hun voortbestaan bedreigd. Die dreiging komt voornamelijk voort uit de huidige inrichting van het toezicht van DNB. DNB zegt dit zelf ook. In de Visie DNB toezicht 2014-2018 schrijft DNB onder andere: “Waar willen we over vier jaar staan? De verzekeringssector is ver gevorderd in het realiseren van een consolidatie- en efficiencyslag.”
Voorts heeft DNB er enkele jaren geleden voor gekozen om te bezuinigen op de contactmomenten tussen toezichthouder en (kleinere) verzekeraars. Dit leidt tot een groeiende communicatiekloof tussen toezichthouder en onder toezicht gestelde. Hierdoor begrijpen kleinere verzekeraars steeds minder goed wat de eisen van DNB nu precies betekenen en begrijpt DNB steeds minder wat er precies bij deze verzekeraars speelt.
Het gevolg is, dat veel verzekeraars een toenemende toezichtdruk ervaren en dat sommige om reden hiervan besluiten om het bedrijf te beëindigen, ook als de feitelijke bedrijfseconomische situatie nog gezond is. Dit gaat ten koste van de diversiteit van de verzekeringsmarkt.

Banken
Voor banken geldt in grote lijnen hetzelfde als voor verzekeraars, met dit verschil, dat de grote kaalslag onder kleine banken daar jaren geleden al heeft plaatsgevonden. De schade daarvan is in de crisis voelbaar geweest voor de Nederlandse economie. Grotere banken werden als gevolg van de ervaringen uit de crisis en van de eisen van Bazel 3 steeds terughoudender om krediet te verlenen.
Kleinere banken om in dit gat te duiken waren er niet, waardoor veel nieuwe economische initiatieven stukliepen op de primaire financiering. Kandidaat startende ondernemers konden geen krediet krijgen. Economisch herstel heeft daardoor vertraging opgelopen.
Inmiddels zijn er initiatieven ontwikkeld om dit gat op te vullen, zoals kredietunies en crowdfunding. Ik verwacht, dat de diversiteit in de wereld van banken daarmee langzaam zal herstellen.

Pensioenfondsen
Het probleem van steeds verder oplopende grootschaligheid met een groeiende afstand tussen deelnemers en fondsen speelt als gevolg van de vele liquiderende fondsen ook in de wereld van pensioenfondsen, al heeft het daar vanwege de verplichte deelname geen effect op de concurrentieverhoudingen.
Maar voor pensioenfondsen speelt nog veel sterker de discussie over korten of juist indexeren. Verschillende plannen worden geopperd om de financiële posities van fondsen te versterken. De zorg voor de financiële positie van fondsen komt in de pensioendiscussies daarbij in de plaats van de vroegere zorg voor de bescherming van de pensioenen van deelnemers zelf. Ik betreur deze verschuiving van de aandacht, omdat ik van mening ben, dat er daardoor in de huidige tijd te gemakkelijk over korten van pensioenen wordt gedacht.
Ik doel hierbij vooral op de situatie, dat er zelfs bij een dekkingsgraad boven 100% pensioenen gekort moeten worden. Hier worden de huidige gepensioneerden zekere offers gevraagd ter bestrijding van dezelfde, maar juist allerminst zekere, offers van toekomstige generaties. Dit doet afbreuk aan pensioenvertrouwen, waar het tegengestelde bedoeld is.